Gitaar

Een gitaar is een snaarinstrument dat wordt bespeeld met de vingers of met een plectrum. Het woord gitaar stamt af van het Perzische "taar" dat "snaar" betekent. Er zijn verschillende soorten gitaren. De meest bekende zijn: 

  • Klassieke gitaar of Spaanse gitaar
  • Flamencogitaar (is iets lichter gebouwd dan de klassieke gitaar)
  • Steelstringgitaar of westerngitaar
  • Resonatorgitaar (Dobro)
  • Elektrische gitaar    


Op de gitaar zitten 6 snaren. Deze 6 snaren hebben elk een eigen klank, E A D G B E. Dit zijn de losse snaren. Om te onthouden waar welke snaar zit is er een ezelsbruggetje: Een Aap Die Geen Bananen Eet.    Je kan losse noten aanslaan, maar als je je vingers erop zet krijg je andere noten. Met meerdere vingers op meerdere snaren meerdere noten maken, kun je groepsnoten maken. Deze groepsnoten noemt men accoorden. Om je vingers op de goede plek van een noot te zetten hebben ze op de hals stukjes ijzer gezet. Deze ijzertjes noemen ze fretten. Daarmee kan je makkelijk de noten vinden. Bij een viool en een bas heb je geen fretten en moet goed luisteren of je de noten goed hebt. En dat is veel moeilijker. Vroeger waren de snaren meestal van kattendarm gemaakt. Nu zijn ze van nylon of staal. Nylon snaren zijn meestal goedkoper en slijten minder snel. Ook het geluid van stalen snaren en nylon snaren is verschillend. Bij traditionele gitaren waren de snaren met schroeven bevestigd. Bij moderne gitaren zijn de snaren in een tandwieltje gedaan en dat moet je opdraaien.